De opbouw van een les: Activeren, Kijken, Doen, Bespreken

Elke mentorles op WellBased is op dezelfde manier opgebouwd. Rechts op de lespagina staan vier gekleurde tabbladen: Activeren, Kijken, Doen en Bespreken. Je klikt ze tijdens de les van boven naar beneden af.

1. Activeren

Dit tabblad toont een slide met een startvraag voor de klas.

Wat jij doet: je zet de slide op het digibord en leest de vraag voor. Vaak staat er een instructie bij: laat leerlingen eerst 30 seconden zelf nadenken, dan overleggen met hun buurman of buurvrouw, en deel daarna een paar antwoorden klassikaal.

Wat de klas doet: nadenken, met elkaar overleggen en een paar reacties delen. Zo zit iedereen al in het onderwerp voordat de video begint.

2. Kijken

Onder dit tabblad staat de video: een korte animatie of een expertvideo, doorgaans een paar minuten.

Wat jij doet: de video starten. Meer niet. De video verzorgt de klassikale uitleg, dus jij hoeft het onderwerp niet zelf te introduceren of uit te leggen. Dat scheelt voorbereiding en je houdt je aandacht bij de klas: je ziet wie meekijkt, wie wegkijkt en waar het onderwerp binnenkomt.

Wat de klas doet: kijken en luisteren.

3. Doen

Dit tabblad toont de opdrachtslide met de opdracht voor de leerlingen.

Wat jij doet: de opdrachtslide op het bord laten staan, zodat de opdracht zichtbaar blijft terwijl leerlingen werken. Hoort er een werkblad bij, dan deel je dat uit of digitaal. Onder de video vind je bij Voorbereiding wat je nodig hebt. Verder loop je rond en help je waar het vastloopt.

Wat de klas doet: aan de slag. Dat kan individueel zijn of in tweetallen, drietallen, viertallen of klassikaal, afhankelijk van de les.

4. Bespreken

Dit tabblad is een carrousel met nabesprekingsvragen. Je klikt er tijdens het gesprek doorheen.

Wat jij doet: het gesprek leiden. De vragen staan er al, dus je hoeft ze niet zelf te bedenken. Je klikt naar de volgende vraag wanneer je merkt dat een vraag is uitgepraat. Loopt het gesprek goed, dan blijf je langer bij één vraag hangen. Heb je weinig tijd, dan pak je er een paar uit.

Wat de klas doet: reageren op de vragen, ervaringen delen en op elkaar reageren.

Waarom deze volgorde werkt

De vier onderdelen bouwen op elkaar voort. Leerlingen denken eerst zelf na, krijgen daarna de uitleg, passen het toe in een opdracht en leggen in het gesprek de link naar hun eigen situatie. Dat laatste stuk is waar het echt gebeurt, en daar heb jij als mentor je handen vrij voor.

Je hoeft de vier onderdelen niet altijd alle vier te gebruiken. Heb je maar een half uur, dan laat je bijvoorbeeld het activeren weg. Wil je juist de diepte in, dan besteed je meer tijd aan de nabespreking.

Volledig scherm

De video en de slides van Activeren, Doen en Bespreken hebben rechtsonder een knop voor volledig scherm. Handig op het digibord, zodat de klas alleen de slide ziet.

Zie ook

Heeft dit je vraag beantwoord? Bedankt voor je feedback Er was een probleem bij het versturen van je feedback. Probeer het alsjeblieft later opnieuw.

Nog steeds hulp nodig? Contact Contact